Kopstukken
25 november 2009 door Hilda Schram
Jeroen Geurts is neurobioloog en in Kopstukken doet hij verslag van gesprekken over hersenen en bewustzijn die hij hield met een aantal groten, kopstukken, in dit vakgebied. Met Rita Levi-Montalcini, die in 1986 de Nobelprijs won en op het moment van het interview met Geurts al tegen de honderd liep, spreekt hij over multiple sclerose en over ouderdom. Zij schreef daarover een boek dat in het Nederlands vertaald is met de titel “Ouderdom bestaat niet”. Met Susan Greenfield, ‘de barones’, heeft Geurts het over de negatieve effecten van technologische ontwikkelingen op het jonge brein en over Richard Dawkins, een van de andere geïnterviewden, met wie Greenfield “absoluut niet door een deur kan”, omdat diens argumentatie “gelijk staat aan Mein Kampf en de retoriek van George Bush”. Oliver Sacks, positief als hij altijd is, geeft Geurts een iets andere les dan Greenfield mee: hij stelt voor om “technologie te vermenselijken voordat het ons ontmenselijkt”. Maar uiteindelijk heeft toch geen van de geïnterviewden een antwoord op de vraag hoe het bewustzijn in de hersenen tot stand komt, behalve Daniel Dennett. Van hem is de uitspraak “dat onze ‘geest’ een softwarepakket is dat op de hardware van onze hersenen draait”, een stelling die door de meeste anderen niet zonder meer onderschreven wordt.
Recensie in de Volkskrant
