Het verhaal van een joods-christelijke familie
29 september 2009 door Jacob van Sluis
Het fenomeen is bekend uit Duitsland tijdens het Wilhelmische periode: Joodse families die zich geheel lieten opgaan in de maatschappij, zich al dan niet lieten dopen, hun Joodse wortels of identiteit min of meer negeerden, of zo men wil zich volledig aanpasten. “Weihnachtsjuden”, werden ze wel smalend genoemd omdat ze eerder de christelijke dan de Joodse feestdagen vierden. Want van twee kanten werden ze tijdens het interbellum beschimpt: enerzijds vanuit het opkomende antisemitisme met het nazisme als uitwas, en anderzijds was er de nadruk op de eigen Joodse identiteit vanuit het zionisme.
Maar hoe verliep zulks in Nederland? Peter Steffen en Hans Evers schreven een case-study: Scheuren in het kleed: Het joods-katholieke gezin Löb 1881-1945. Het echtpaar Löb-van Gelder, beiden van Joodse herkomst, hield hun overgang naar de R.-K. Kerk heimelijk - misschien is dat wel een onderscheid met Duitsland, waar zo’n overgang meer gewoon was. Zij lieten zich in het geheim dopen en hielden ook de kerkelijke inzegening van hun huwelijk voor zich. Ze vertrokken naar Nederlands-Indië en pas na hun terugkeer, ruim tien jaar later, werd het bekend bij de verdere familie en volgde er een breuk. Het gezin trad in het rijke Roomse leven en de kinderen volgden katholiek onderwijs; enkelen traden zelfs in het klooster. Tot 1942, toen deportatie volgde. De ouders waren voor de oorlog al overleden, en van de acht kinderen overleefde alleen de jongste dochter de oorlog en de holocaust. Het verhaal van een joods-christelijke familie dus, goed gedocumenteerd, binnen een verzuilde samenleving en waarbij de wereldgeschiedenis binnen dendert.
